In het Cobra Museum en in het Drents Museum zijn nu twee indrukwekkende tentoonstellingen te zien van Frida Kahlo. Dat ze prachtig werk gemaakt heeft en zelf ook een bijzondere verschijning was wist ik. Maar ik had niet verwacht dat ze zo onder mijn huid ging zitten. Nu weet ik waarom. Het is haar pijn in combinatie met meer details over haar leven.
Ze was een typisch geval van een patient met chronische pijn. Pijn voortkomend uit haar letsel werd in stand gehouden en verergerd door ontregeling van haar zenuwstelsel. De giftige mix van haar angsten, haar dromen die in duigen vielen en alle onzekerheid die haar relatie met zich meebracht, maakte dat de pijn niet overging en met de jaren toenam. Kijkend naar haar stoïcijnse blik in haar zelfportretten, als een masker, snap je het.
De gebroken zuil’ zegt voldoende. Iemand die zich zo afbeeldt heeft een beeld van haar rug wat onder de streep haar pijnbeleving geen goed doet. Zij ziet haar rug als een kapotte, in elkaar stortende pilaar, die enkel met een korset bij elkaar gehouden kan worden. Als je deze overtuiging hebt over je rug zal je brein alle bewegingen met je rug met pijn beantwoorden. Kunstcritici zien in de spijkers die in haar hele lichaam geprikt zijn een symbool van een moderne martelaar. Ik zie het als symbool voor gesensitiseerde prikkelverwerking. De pijn ging van haar rug door heel haar lijf.
Overal wordt herhaald dat haar leven zo ontregeld is door polio en het ongeluk. Maar tijdens de expositie weet ik bijna zeker dat haar uit de bocht vliegende zenuwstelsel maakte dat het bergafwaarts ging met haar. Tot ze niet meer uit haar bed kon en dood ging. Wat triest voor haar dat haar leven zo verlopen is.


