Onlangs kreeg ik na tien jaar weer klachten waarvan ik dacht dat ik er afscheid van had genomen. Vanuit het niets loeiden alle alarmbellen. Mijn eerste reactie was angst: daar is het weer, dit ken ik, dit kan ik niet aan, dit wil ik niet. Ik voelde oude paniek, machteloosheid en frustratie. Alles stond meteen op scherp. Het gekke was dat alles wat ik wist, geleerd had en jarenlang ervaren had, volledig verdwenen leek in een dikke mist. Er was alleen nog emotie en pijn. Op de derde dag was ook mijn vertrouwen met de noorderzon vertrokken.
Tijdens een intervisiegesprek die avond werd ik gerustgesteld met de woorden die ik zo goed kende, maar op dat moment niet zelf kon bedenken. Ze stelden me vragen die me duidelijk maakten dat mijn reactie niet passend was bij de situatie en kwamen met tips. De pijn was er nog, maar mijn systeem werd rustiger. Ik begreep waarop mijn brein had gereageerd en dat angst en frustratie ervoor hadden gezorgd dat deze trigger kon uitgroeien tot een heuse flare-up. Ik volgde de tips op en de volgende ochtend was de oude pijn teruggebracht tot flinke spierpijn. De dag erna was het helemaal weg.
Wat me opnieuw duidelijk werd: hoe je reageert op een situatie, bepaalt wat er daarna gebeurt. Wanneer je reageert met schrik, paniek, controle of bezorgdheid, of welke reactie dan ook zeg je tegen je brein dat het er aandacht aan moet besteden. Je geeft het signaal dat het belangrijk is en zal daarom op de voorgrond blijven. Dat geldt niet alleen voor pijn, maar ook voor bijvoorbeeld honger, een piep in je oor, verliefdheid, kietelen of gevoelens van afwijzing of eenzaamheid. Hoe je reageert op iets bepaalt de reactie die daarop volgt. Zo werkt het brein. En zo kan het gebeuren dat pijn in stand blijft of ineens vol op het podium staat te schitteren. Reageren met angst en frustratie zorgde er bij mij voor dat ik alleen maar oog kon hebben voor de pijn en deze daardoor buitensporig heftig werd.
In plaats van reageren is het beter om te reguleren: bewust merken wat er gebeurt, erbij blijven en ruimte creëren. Regulatie laat het brein weten dat iets ongemakkelijk is, maar niet gevaarlijk. Wat gereguleerd wordt, neemt af. Reguleren betekent niet wegdrukken, maar je zenuwstelsel laten ervaren dat het hooguit onprettig is en niet onveilig of gevaarlijk. In plaats van reageren is reguleren dus de stap die je moet zetten. Heel simpel: verstillen, ervaren, voelen en woorden geven aan dat wat je voelt.
Angst en angstige gedachten zorgden ervoor dat de pijn kon uitgroeien tot een groot, eng en boosaardig monster. Toen ik begon met reguleren en voelde wat er werkelijk speelde, kwam er ruimte. Alsof er een mist optrok zag ik hoe logisch het allemaal allemaal was. Ik begreep waarom de klachten er waren en dat angst de boel liet opvlammen. Het was een oude trigger in een ander jasje, niets meer en niets minder. Het enge monster verschrompelde ter plekke van groot en meeslepend naar iets ‘niet leuks’, maar logisch. Ik had weer even ervaren hoe oude pijn en negatieve gedachten elkaar behoorlijk in de haren kunnen zitten. En dat dit in een vloek en een zucht voorbij kan zijn als je het beestje in de ogen kijkt.
Dat kijken gaat overigens beter als je het beestje een beetje kent. Want terugkijkend bleken de klachten natuurlijk helemaal niet uit het niets of zonder vooraankondiging te zijn verschenen. Mijn brein had eigenlijk heel begrijpelijk gereageerd op een situatie. Ben jij benieuwd wat jou triggert? Ik heb handige tools waarmee je ze snel boven water haalt.


