Al langere tijd weet men dat er een een verband bestaat tussen dreiging (gevaar) en (chronische) pijn. Gevaar in welke vorm dan ook kan een oorzaak zijn voor het voelen van pijn. Het gemakkelijkste voorbeeld is bloedende vinger door snee van een mes. De prikkel die het seintje ‘gevaar’ geeft in hersenen is dan het beeld van bloedende vinger, het gevolg is pijn. Wat prima is want dan ga je waarschijnlijk iets ondernemen wat je vinger zal beschermen (vinger onder de kraan, pleister erop encetera) Ditzelfde principe gebeurt ook in minder voor de hand liggende voorbeelden. Denk eens aan een gerecht waar je echt ziek van bent geweest. De kans is groot dat je nadat je hersteld bent en je dit gerecht weer ruikt of ziet, je maag zich letterlijk omkeert en je in je hele lichaam voelt dat je dit niet moet eten. Dit is ook een voorbeeld van gevaar (bedorven eten) en pijn (misselijk worden) en werkt ook beschermend. Zo kan iemand die extreem bang is om te vallen (gevaar) helemaal verstijfd gaan bewegen (voorloper van pijn). Als deze verstijving maar lang genoeg aanhoudt ervaar je vanzelf wel pijn. Dus als er sprake is van pijn komt dit omdat er een signaal in je brein aankomt wat gekoppeld wordt aan een (mogelijk) gevaar of dreiging.
Opvallend is dat je bij een deel van de pijnpatiënten sprake blijkt te zijn van een jeugdtrauma. Onderstaand artikel gebaseerd op onderzoek bij de Radboud Universiteit en de Radboudumc (gepubliceerd op 11 september in The Journal of Neuroscience) toont aan waarom deze twee zaken verband houden met elkaar. Bij angst of dreiging blijken verschillende delen van de hersenen actief te zijn. In een angstexperiment en uit de vragenlijsten die de proefpersonen invulden kwam een duidelijke relatie naar voren tussen emotioneel misbruik in de kindertijd en een sterkere reactie van de amygdala tijdens een verwachte dreiging. Een verwachte dreiging wordt dan als reëler (echter) ervaren. De onderzoekers vermoeden dat jeugdtrauma’s op die manier mogelijk bijdragen aan een verstoorde waarneming van dreiging op latere leeftijd, wat weer een verklaring is voor een grotere kans op chronische pijn bij deze groep mensen.


