Terwijl half Nederland ziek in bed lag, pochte ik nog dat ik dankzij mijn fantastisch werkende immuunsysteem (en een beetje geluk) de rondwarende virussen buiten de deur had weten te houden. Maar in de staart van de griepgolf sloeg het noodlot toch toe. En hoe…
Ik lag helemaal gevloerd. Hoge koorts die maar niet zakte. Dit kon geen gewone griep zijn, dacht ik. Met bonkende hoofdpijn en blaffend als een zeehond lag ik onder drie dekens te zweten in bed. Mijn lichaam deed pijn; elk spiertje voelde verzuurd, alsof ik een zware workout had gehad. Ik had ouderwetse griep, zo eentje waarbij je niets anders kunt doen dan je overgeven aan het proces: slapen, uitzieken en wachten tot het voorbij is.
Terwijl ik daar lag, herinnerde ik me ineens weer hoe het was om je compleet uitgeschakeld te voelen door een lichaam dat niet meer meewerkt. Ruim twintig jaar had ik te maken met pijn. Sommige dagen hoopte ik alleen maar dat het snel avond zou zijn. Ik probeerde mijn klachten onder controle te krijgen, maar niets leek te helpen. Ondertussen probeerde ik door te gaan met het leven. Ik stond op het schoolplein met een lichaam dat gilde van de pijn, sleepte mezelf naar de sportschool en daagde mijn bonkende hoofd uit om toch nog op projectbasis te werken. Projecten waren overzichtelijk en eindig , dat gaf nog een beetje voldoening. Zo ging het jaren door. Maar veel mensen (mezelf inbegrepen) wisten eigenlijk niet hoe ik me echt voelde.
Dat gevoel kwam allemaal weer naar boven terwijl ik daar onder de dekens lag. Maar toch was het deze keer anders. Het fijne aan griep is dat iedereen het snapt. Ik kreeg een bakje fruit van mijn zoon op bed. Iemand anders maakte soep omdat ik toch iets moest eten. Een paar keer per dag vroeg iemand hoe het met me ging. Iedereen was zorgzaam en lief. Ik lag in bed, maar het voelde alsof ik even centraal stond. En het belangrijkste: ik wist dat het eindig was. Deze misère zou overgaan. Het was gewoon een kwestie van tijd.
En dat is precies wat het verschil maakt voor mensen met aanhoudende klachten. Ik spreek regelmatig mensen die al jarenlang worstelen met pijn of vermoeidheid. Voor hen is het geen kwestie van “even uitzieken.” Ze staan dag in dag uit op met klachten, zonder te weten of er ooit een oplossing zal komen. De omgeving is vaak in het begin zorgzaam, maar hoe lang hou je dat vol? Vrienden en familie leven in eerste instantie mee, maar na verloop van tijd wordt het stil. En artsen? Die kijken meestal biomedisch naar de klachten en als er geen duidelijke schade of ziekte wordt gevonden, kunnen ze vaak weinig doen.
Veel mensen met aanhoudende klachten zoeken jarenlang naar hulp, voordat ze terechtkomen bij iemand die het bredere plaatje ziet. Dat ze niet alleen fysieke, maar ook mentale en emotionele factoren moeten aanpakken om weer grip te krijgen op hun klachten. Gelukkig wordt er steeds meer bekend over hoe het pijnsysteem werkt en hoe je met een bredere aanpak wél verschil kunt maken.
Ik weet dat uit eigen ervaring. Gelukkig was ik uiteindelijk één van die mensen die op de juiste plek terechtkwam. Daar kreeg ik handvatten die echt hielpen om mijn klachten beter te begrijpen, te verbeteren en met wat overbleef beter om te gaan. Dat maakte het verschil tussen overleven en leven.
Voor mensen met aanhoudende klachten is er meestal geen snelle oplossing. Maar er is wél perspectief op verbetering. Soms is dat al genoeg om weer grip te krijgen op het leven.
This too shall pass. Maar voor sommige mensen duurt het gewoon wat langer voordat het echt beter wordt. Wil je meer weten lees Verklein je pijn of zoek een zorgverlener die je kan helpen.


